Vier RTV-leden rijden onverwacht een koers in Frankrijk

Geen berichten
Vier RTV-leden rijden onverwacht een koers in Frankrijk

Op zaterdag 25 mei vertrokken vier RTV-renners naar de Vogezen om een week te trainen. Frank van den Broek, Etienne van Poecke, Jasper van Poecke en Casper Polet waren net klaar met de examens en hadden dus wat ontspanning nodig. Na een paar dagen te hebben getraind op routes van de Trois Ballons en de Tour de France etappes kwamen de mannen er toevallig achter dat er een wedstrijd was om de hoek, in Saint-Etienne-les-Remiremont.

 

Bloednerveus ben ik, het is Hemelvaartsdag, en zonder enige ervaring of begeleiders staan we op het punt om naar een koers te gaan. Dagenlang hebben we geappt en gemaild om alle papieren rond te krijgen, en daar waren we eigenlijk nog niet klaar mee, maar toch: niet geschoten is altijd mis. Toen ik zaterdag van huis vertrok had ik geen idee dat ik nu in de auto zou zitten op weg naar een koers in Frankrijk. Als we het plaatsje inrijden zien we meteen een bord die ons naar een parkeerplaats leidt. “Dat is niet handig”, zegt Frank. “Ik rijd wel even om het parcours heen.” Het bleek een raar idee, want we worden aangekeken alsof we niet goed bij ons hoofd zijn. Veel bewoners kijken van de fietsen naar het kentekenplaat en dan weer terug naar de jonge knapen achter het stuur. “Als dat maar goed gaat”, zie je ze denken. Uiteindelijk blijkt dat je in Frankrijk gewoon over het parcours kan rijden. Een bezemwagen is er niet, en dus rijdt Frank even later een paar meter achter het peloton van de nieuwelingen. “Die renner daar krijgt het al lastig, zie je dat?” Hij zei er nog net niet bij dat hij de renner wel even terug kon brengen achter de auto als dat nodig zou zijn. Als we aankomen op de parkeerplaats zijn alle ogen wederom op ons gericht. Het lijkt wel alsof we een moord hebben gepleegd en oog in oog komen te staan met de getuigen. We lopen de permanence in, ik heb me hier lang op voorbereid. “Meteen duidelijk maken dat je geen Duitser bent, altijd vriendelijk blijven, papieren laten zien, en honderd keer zeggen dat ze geweldig zijn als ze het kunnen regelen.” Meteen krijg ik het moeilijk, als de vrouw aan de inschrijftafel merkt dat ik een beetje Frans spreek ratelt ze er vrolijk op los. Ik knik een aantal keer en laat dan alle toestemmingen en licenties zien. Er wordt een andere vrouw bijgehaald, ze heeft een kort pittig kapsel. De moed zakt me in de schoenen als ze als een gek met allerlei andere, hogere machten begint te bellen. Ondertussen probeer ik op mijn beste Frans in te praten op de andere mensen aan de inschrijftafel. Ik heb het over hun gezinssituatie, hun favoriete vakantiebestemming, en ik vermeld dat het hier toch allemaal wel veel beter is geregeld dan in Nederland. Zo’n tien minuten en heel veel hakkelende Franse woorden verder verbreekt de vrouw met kort pittig kapsel de lijn en overlegt nog een laatste keer met alle andere mensen aan de inschrijftafel. Ik kijk achter me en zie dat we een enorme rij hebben veroorzaakt. De mensen van het parkeerterrein kijken ons nog steeds aan, maar nu met een iets bozere blik. “Frank kan vandaag maar beter even niet winnen”, bedenk ik me. Dan geeft de vrouw aan de inschrijftafel, die twee kinderen heeft, het liefst op vakantie gaat in eigen land en vind dat het hier qua wedstrijden geweldig geregeld is ineens aan dat het mogelijk is om te starten. Ik bedankt vriendelijk en sprint naar de auto. Onderweg kijk ik mijn concurrenten doordringend aan, ik heb eens gelezen dat je het testosterongehalte van je tegenstander dan omlaag haalt en dat van jezelf juist omhoog. Het is alsof je een stukje van zijn benen afzaagt waar die nog zo lang voor heeft getraind en het met secondelijm op je eigen kuit plakt. Het interesseert me allemaal niks meer, ik heb geen vrienden hier en die hoef ik ook niet, ik heb een rugnummer.

 

Ondanks dat we hier niet alleen met junioren maar ook met elites, beloftes en vele andere categorieën rijden, is de start er eentje zoals je bij de jeugd in Nederland ziet. Er wordt meteen geduwd en getrokken en de tweede ronde is de snelste van allemaal. Mede door een valpartij moet Jasper al snel afhaken maar Frank, Etienne en ik kunnen er prima bijblijven. Het wegdek is zeer slecht, ik verlies een aantal keer bijna mijn bidon. Één keer kan ik de bidon in zijn val nog net grijpen. Als een soort dronken Duitsers vlieg ik slingerend met één hand op mijn stuur over de andere drempels en putdeksels, maar ik neem het risico. We hebben namelijk geen begeleiders, en dus moeten we de 100 kilometers op slechts twee bidons rijden. Het is verder een snel parcours met een klein klimmetje erin die gaandeweg steeds meer pijn begint te doen. Echt wegrijden zal lastig worden, maar toch proberen we het. Vooral Etienne en Frank zijn veelvuldig van voren te vinden, maar krijgen het met de ruim 43 km/h gemiddeld niet voor elkaar om ook maar een klein gaatje te slaan. Ik voel me prima en verwacht de koers wel in het peloton uit te kunnen rijden, totdat het mis gaat. Een renner voor me remt te hard in de enige moeilijke bocht van het parcours en verliest daardoor de controle met z’n fiets. Hij dreigt helemaal naar de buitenkant te driften en op die manier mij in de sandwich te gooien met de stoeprand. Ik kan op dat moment verschillende dingen doen: vol in de remmen in de wetenschap dat het achtervolgen wordt, of een zeer risicovolle optie, vol doorgassen en een gat induiken wat er niet is. Aangezien ik een junior ben en nog geen kinderen heb besluit ik om voor het laatste te gaan. Ik geef drie hele harde slagen op de pedalen en kom vol tegen de renner aan. Ik zet mijn ellebogen uit en probeer ruimte voor mezelf te maken. Wat er dan volgt is een enorme klap. Ik leef nog, de driftende renner ligt op de grond. Het plan is dus geslaagd. Vrienden maak ik wel ergens anders, het draait hier om koers. Nadat het even is stilgevallen kunnen we onze supermarktreepjes die we gisteren vers hebben gehaald opeten, om vervolgens in volle vaart de finale in te gaan. Frank wordt 24e, ik eindig als 26ste en wordt 5de junior, wat een mooie premie oplevert. Etienne liet de sprint lopen en wordt 43e.

 

Nadat er een lang verhaal werd gehouden in een gymzaal kan ik eindelijk mijn welverdiende premie ophalen. Iedere renner wordt apart naar voren geroepen, en dus moet ook ik tussen mijn concurrenten door om mijn premie op te halen. “Polet Casper,” roept de man om. Ze hebben mijn voor- en achternaam verwisseld. Ik kan er wel om lachen, mijn concurrenten kijken me weer aan alsof ik een debiel ben. “Wie heeft nou Polet als voornaam,” zie je ze nu denken.

 

Maar het interesseert me niet zoveel, ik kwam hier niet om vrienden te maken. Ik kwam om lol te hebben en ervaringen op te doen, en dat is zeker gelukt.

 

Graag wil ik via deze weg Wouter de Groot bedanken voor alle informatie over koersen in Frankrijk, zonder hem was dit nooit gelukt.

Geen berichten

Back to Top