Veiligheidsbeleid

R.T.V. De Bollenstreek.       Afdeling Toerfietsen.

Veiligheidsprotocol voor fietsgroepen.
1. Inleiding.
Regelmatig vinden bij de toergroepen fietsongevallen plaats. Vaak is het ontstaan van het ongeval een gevolg van onoplettendheid van andere weggebruikers dan die van de fietsgroepen en valt onze leden niets te verwijten. Soms is het toch ook “eigen schuld”. De vereniging wil door het vaststellen van een gedragscode en van de gedragsregels zo veel als mogelijk bijdragen in het voorkomen van deze ongevallen. Ook het aanstellen van een wegkapitein per fietsgroep draagt bij aan de veiligheid een meer duidelijkheid. Het vaststellen van de code en de regels heeft weinig waarde, als de toerfietsers zich er niet aan houden en als de regels van de wegkapitein niet worden nageleefd. Toerfietsers van de RTV worden dan ook geacht zich daar aan te conformeren en zich er naar te gedragen.
2. De gedragscode toerfietsen op de weg.
Elke toerfietser moet zich aan de verkeersregels houden. Belangrijk daarbij is de eigen veiligheid en die van andere verkeersdeelnemers. Helaas is een aantal (toer)fietsers zich niet altijd bewust van zijn gedrag. De RTV heeft veiligheid hoog in het vaandel staan. Daarom maakt de RTV gebruik van een gedragscode om de (toer)fietser meer bewust te maken van het gedrag in het verkeer. Voor de toerfietser en de RTV is een positief imago erg belangrijk. Er is met verschillende invalshoeken rekening gehouden: milieu, veiligheid, wegenverkeerswet en beleefdheid. Iedere toerfietser van de RTV wordt geacht zich naar deze regels te gedragen.

2.1. De gedragscode:
• Houd je aan de verkeersregels.
• Houd zichtbaar rekening met anderen in het verkeer.
• Gebruik een fietsbel in plaats van roepen of schreeuwen.
• Geef tijdig aan welke richting je gaat volgen.
• Blijf beleefd tegen andere weggebruikers.
• Passeer een fietser of wandelaar met gepaste snelheid.
• Volg de aanwijzingen van politie en / of verkeersregelaars op.
• Gooi afval in een afvalbak.
• Draag op de racefiets een fietshelm.

3. De gedragsregels bij toerfietsen in een groep.
Fietsen op de openbare weg is soms al een kunst op zich, maar rijden in een groep vereist nog meer van de fietser. Hoewel er geen exacte cijfers zijn is algemeen bekend dat de meeste fietsongevallen gebeuren in een groep. Natuurlijk is het gezellig om met de fietser naast je te kletsen over het fietsen in al zijn vormen. Dat geeft het toerfietsen een extra dimensie. Belangrijk is dat er geconcentreerd en alert wordt gefietst in een groep. Goed opletten voorkomt plotseling remmen of van de lijn afwijken. Veel ongevallen in een toergroep gebeuren vaak door onverwachte omstandigheden. Plotselinge uitwijkmanoeuvres en remacties zijn vaak reden voor valpartijen. Ook zijn niet alle fietsers op de hoogte van algemene regels die het veilig fietsen in een groep bevorderen. Het wordt dan ook sterk aanbevolen de code en de gedragsregels binnen de groep met elkaar te bespreken. Men kan allerlei regels bedenken maar de verantwoording blijft natuurlijk bij de fietser zelf. De fietser moet weten welke snelheid hij/zij aankan en zich afvragen of die snelheid past bij de groep waarin hij/zij fietst. Het naleven van de gedragsregels zal in belangrijke mate bijdragen aan de veiligheid tijdens de clubritten.

3.1. De gedragsregels.

3.1.A. Rekening houden met elkaar.
• Er wordt als groep gereden. Samen uit, samen thuis.
• De tochten zijn geen wedstrijden.
• De groepen bestaan uit maximaal 15 personen.
• Nieuwe deelnemers aan de groep worden door de andere groepsleden opgevangen en begeleid.
• Bij pech wordt er gewacht en wordt er geholpen bij de reparatie.
• Rijd nooit blindelings achter iedereen aan.
• Bij een klim bovenaan wachten tot de laatste boven is.

3.1.B. Regels in de groep.
• In groepsverband niet met losse handen rijden. Handen moeten op de remmen of in de beugels.
• In groepsverband niet rijdend achterom kijkend een gesprek voeren.
• Niet abrupt van richting veranderen of remmen, maar langzaam uitrijden.
• Bij twijfel over de richting rustig rechtdoor fietsen (indien mogelijk).
• Als men in de berm rijdt niet de weg / het fietspad weer oprijden, maar rustig uitrijden en remmen.
• In elke groep nemen tenminste twee groepsleden een mobiele telefoon mee.
• Niet mobiel bellen tijdens het fietsen.
• In de bebouwde kom wordt het tempo aangepast.
• Als iemand het tempo niet aan kan wordt er gewacht en wordt het tempo aangepast.
• Als een groepslid om een of andere reden alleen verder zou moeten, blijven tenminste twee andere groepsleden hem / haar vergezellen.
• Elke groep heeft een wegkapitein of een begeleider. Hij bepaalt het tempo en de route.

3.1.C. Tekens in de groep.
De voorste rijders geven de tekens. De groep geeft alle tekens steeds door naar achter.
• Bij stoppen geven de voorste rijders een stopteken met het arm recht omhoog en roepen “STOP”. Groep niet meer trappen en rustig uitrijden.
• Als de weg vrij is, geven de voorste rijders een teken met de arm omhoog naar voren wuivend en roepen “VRIJ”. Ieder kan weer gaan fietsen.
• Bij RA: voorste rijder met arm naar rechts en roept “RECHTS”.
• Bij LA: voorste rijder met arm naar links en roept “LINKS”.
• Bij RD: voorste rijder roept “RECHTDOOR”.
• Bij obstakel RE van de weg of inhalen medeweggebruiker: de voorste rijders roepen duidelijk “VOOR”.
• Bij obstakel LI van de weg of tegenligger: voorste rijders roepen duidelijk “TEGEN”.
• Bij obstakels in of op het wegdek roep dan luid de naam “TAK, PAAL, GAT” enz. en wijs met arm naar beneden het obstakel aan.
• Ingehaald worden roep dan luid “ACHTER” (fietser, auto enz.). De groep geeft de roep door naar voren.
• Zijn er technische problemen roep dan luid “LEK”.
• Wordt er “RITSEN” geroepen dan dient men achter elkaar te rijden.
3.1.D. Tips voor de groep.
• De voorste fietsers “waarschuwen” andere weggebruikers tijdig en vriendelijk.
• Blijf alert en geconcentreerd.
• Iedereen wordt geacht deel te nemen op een goed onderhouden fiets.
• Iedereen wordt geacht persoonlijke gegevens (identificatie) bij zich te dragen.
• Leden wordt aanbevolen het ICE – nummer (In Case of Emergency) in de mobiele telefoon te plaatsen. Dat is het een telefoonnummer dat onder de aanduiding ICE door hulpverleners in geval van nood gebeld kan worden om b.v. in contact te treden met familieleden. ICE is intussen internationaal erkend als afkorting.
• Drink en eet op tijd maar wel op een rustig moment.
• Bij pech rijdt iedereen naar een veilige plek. Ga indien mogelijk van de weg of het fietspad af.
• Organiseer zelf de hulp bij pech onderweg. Daartoe niet het clubhuis bellen. Daar kan men U ook niet verder helpen.

4. De wegkapitein.
Bij groepen toerfietsers met een racefiets is er een wegkapitein en bij groepen recreatieve fietsers met de hybride of stadsfiets is er een begeleider. De wegkapitein of begeleider heeft de leiding over de groep. De leden van de groep dienen de aanwijzingen van de wegkapitein op te volgen; hij of zij stuurt de groep aan, bepaalt het tempo en de richting en ziet erop toe dat alle fietsers in de groep zich aan de regels en de afspraken houden. De wegkapitein of begeleider let op de veiligheid van de groep tijdens de tocht. Primair geldt dat ieder groepslid verantwoordelijk is voor zijn eigen veiligheid en het zich houden aan de groepsregels. Daarnaast heeft ieder groepslid verantwoordelijkheid naar de andere groepsleden voor hun veiligheid. Hieronder enkele taken en verantwoordelijkheden voor deze begeleiders.

4.1. De taken van een wegkapitein en een begeleider.
• Route van tevoren goed doorlezen.
• Het onder de aandacht brengen van de tocht waarvoor hij/zij als coördinator optreedt.
• Vooraf afspraken maken met de groep over groepsregels en snelheid met als basis het veiligheidbeleid.
• Er op toezien dat de groep zich houdt aan de gemaakte afspraken m.b.t. de afgesproken snelheid, veiligheidsregels, groepsregels en de helmplicht.
• De groep of leden in de groep aanspreken indien er sprake is van onverantwoord rijgedrag of wanneer er wordt afgeweken van de verkeersregels en derden niet correct worden benaderd.
• Indien deelnemers fysiek in de problemen komen deze voor in de groep laten fietsen en zonodig de snelheid aanpassen.
• Bij pech of ongevallen ter plaatse als coördinator optreden.
• Melding maken bij het bestuur van deelnemers, die bij voortduring zich niet aan de regels houden en weigeren de aanwijzingen van de wegkapitein op te volgen.
5. Wat te doen bij een ongeval?
• Organiseer de behandeling van het ongeval ter plaatse. Het heeft geen zin daartoe het clubhuis te bellen.
• Waarschuw andere weggebruikers, zodat er niet nog meer weggebruikers bij betrokken worden.
• Verleen, zo goed mogelijk, EHBO aan het slachtoffer / de slachtoffers.
• Beoordeel of de ambulance en / of de politie ter plaatse moet komen. Zo ja, bel 112!
• Een slachtoffer gaat nooit alleen met de ambulance mee.
• Zorg er voor dat de familie wordt ingelicht. Raadpleeg zo mogelijk het ICE-nummer in de GSM van betrokkene.
• Zorg voor het afvoeren van de fiets van het slachtoffer (en van degene die als begeleider met hem mee gaat de ambulance in) of zorg voor een goede, tijdelijke opslag.

Lisse,
16 februari 2016.

Back to Top